Dunnedarmkanker

Bij dunnedarmkanker zit de tumor in de dunne darm. De dunne darm verbindt de maag met de dikke darm. Dunnedarmkanker is erg zeldzaam. Ieder jaar krijgen ongeveer 400 mensen deze diagnose. De meeste mensen zijn ouder dan 60 jaar als ze de diagnose krijgen.

Klachten bij dunnedarmkanker

Meestal duurt het een paar jaar voordat je klachten krijgt. Daarom wordt dunnedarmkanker vaak pas laat ontdekt. Waar kun je last van hebben:

  • Misselijkheid
  • Braken
  • Gewichtsverlies
  • Vermoeidheid en duizeligheid
  • Donkere ontlasting (door oud bloed)
  • Nachtzweten

Heb je een of meer van deze klachten? Ze hebben lang niet altijd met darmkanker te maken. Er kan ook een andere oorzaak zijn. Ga altijd naar de huisarts wanneer je je zorgen maakt.
Als je vervolgonderzoek nodig hebt, verwijst hij je naar de internist of de maag-, darm- en leverarts (MDL-arts).

Vervolgonderzoek

Als de arts denkt dat je een tumor in de dunne darm hebt, kan hij verschillende onderzoeken voorstellen:

  • CT-scan: een röntgenonderzoek waarbij je ligt op een tafel die langzaam door een kokervormige buis schuift. Vaak drink je vooraf een speciale contrastvloeistof.
  • Endoscopie: via een dunne slang bekijkt de arts de binnenkant van de dunne darm.
  • MRI-scan: dit onderzoek werkt met magnetische golven. Je ligt op een tafel die langzaam door een tunnel schuift. Soms krijg je een contrastvloeistof ingespoten.

Met de CT- en MRI-scan kan de arts ook zien of er uitzaaiingen zijn.

Hoe ontstaat dunnedarmkanker?

  • Dunnedarmkanker ontstaat in het slijmvlies van de dunne darm
  • Een duidelijke oorzaak is er niet
  • De tumor heet een adenocarcinoom
  • Twee zeldzame vormen zijn neuro-endocriene tumor (NET) en gastro-intestinale stroma tumor (GIST). [externe links opnemen naar website MLDS]

Uitzaaiingen

Uitzaaiingen ontstaan als kankercellen losraken van de dunnedarmtumor en zich verspreiden. Ze komen op een andere plaats in het lichaam terecht en vormen daar een nieuw gezwel. Als  dunnedarmkanker uitzaait, is dat meestal naar de lymfeklieren, de lever, longen of het buikvlies.